
ER WAS EENS HEEL VER WEG…
…Aan
het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw in een heel klein dorpje aan
de rand van de grote, halfvergane Veenhoop een stel enthousiaste hardlopers. Deze
jonge twintigers trokken goedgemutst vanaf de warme haard van hun moeders en de
gympen om de nek in de vrije weekenden de wijde wereld rond hun kleine dorpje
in om te kunnen deelnemen aan hardloopwedstrijden. Soms met veel succes, maar
soms ook was de klok en het finishdoek al verdwenen eer de minst getalenteerde
van het stel de krijtlijn wist te passeren. Hoe dan ook, zo dachten zij, dat
wat de looporganisatoren daar in Schermerhorn en Zwaagdijk aan onze coryfeeën
wisten voor te schotelen moesten zij toch ook kunnen. Bovendien was het sinds
het verscheiden van de lokale dorpspunkband Shith en de sloop van de oude
jongensschool, de laatste jaren van zijn bestaan omgetoverd tot het onderkomen
van het luidruchtige jongerenclubje “Rhythmsticks”, wel wat stilletjes in het
dorpje geworden. En dus besloot het sportieve stel om ook Spierdijk te
verblijden met een heus atletiekevenement. “Maar eh, waar doen we ‘t en hoe
komen we aan centjes voor prijzen”, zo mopperde de realo van het vrij gevochten
clubje. “En wie gaat er als post voor paal staan en wie moet de winnaar gaan
aflebberen”, zo vroeg de net door zijn schoonmoeder gedumpte frustrato zich af.
“Eh, laten we er maar ‘es over brainstormen in onze o zo jonge dorpsherberg”,
zo opperde de grootste slokop van het groepje. En zo togen de jongelui
enthousiast maar toch ook hoogst onzeker richting “De Vier Winden” van uitbater
Nico. Aldaar werden aan de bar de plannetjes onder het genot van een weinig
sportief drankje met grote zorg ontvouwd. Blijkbaar toch niet zorgvuldig
genoeg, want de met omvangrijke oren en een stevige geldneus gezegende
kastelein kreeg er lucht van. “Doe ’t maar hier, jongens”, zo opperde onze Nico
met een meewarige blik en zette spontaan een aantal vers schuimende glazen aan
onze jongens voor. “Voor een spetterende hoofdprijs zorg ik en als jullie dan
eens voor een paar leuke prijzen gaan praten met Veul Super, Hans Berkhout,
Tel-.-of, Centrale Volksbank, Bakkerij “De Oosterzon” van het Noord
(“hardlopers zijn broodlopers”), Loof Records, enzo?” [overigens allemaal namen die inmiddels historie zijn geworden,
red.!] “En denk voor posten,
inschrijvers en andere hulp maar eens aan die vele onfrisse vriendjes en vriendinnetjes
van jullie!”. Vervolgens werd het even heel rustig in de dorpsherberg, want het
leek er nu toch echt op dat het ervan ging komen. “En dan noemen wij ‘ut de
Vier Windenloop!”, zo doorbrak de luidruchtigste van het lokale clubje hardloopwonders
vol geestdrift de muur van stilte. “En als we ‘ut dan doen op een vrijdagavond
dan kunnen we mooi op tijd ‘an de zuip”, zo stelde de grootste slokker met
grote stelligheid en ledigde z’n zoveelste glas in één teug. En zo verwerden
onze jeugdige sporthelden heuse bobo’tjes in de dop, die, nadat de kroegkrukken
waren verlaten en nog een paar andere, rijpere brains waren aangezocht, met hun
opgestroopte mouwtjes en venijnige vuistjes als hamers spijkers met koppen
gingen slaan om de hardloopwedstrijd in hun kleine, schilderachtige dorpje met
succes te kunnen baren. Maar eigenlijk hadden deze baarvaders van de VWL het
allemaal al in hun slimme hoofdjes zitten en dus is de werkelijkheid een klein
beetje geweld aangedaan. Het verhaal is er niettemin wat smeuïger door geworden
en dat is toch ook niet verkeerd, toch?
Hoe dan ook op vrijdagavond 25 mei 1984 ging vanaf
19.00u de eerste Vier Windenloop, onder de bezielende leiding van de gebroeders
Jan en Kees Feld, Kees Sijm, Aad Vlaar en Peter Buis, van start en wel onder
het motto “een loop van lopers voor lopers”. De opkomst was groots - hoewel
niemand meer weet te vertellen hoe groot precies - en de allereerste winnaar,
Barry Kneppers, mocht na 33¾ minuut zowel een uit de lokale vette kluiten
gewassen wisselbeker plus een “beker (houden)” - aldus de aantekening uit het
archief - in de handen nemen als een Limburgs weekendje Sporthuis Centrum [dat
bestaat dus ook al niet meer als zodanig, red.!] in zijn achterzak wurmen. Maar
hij had er dan wel 11km voor moeten lopen, want de prille Vier Winden ging –
door het ontbreken van de oosttak van de Braken – nog door/over de Wogmeer,
Uitgang, De Kolk, Noorddijk en het Zuid naar de finish bij De Vier Winden. Geen
lokaal succes dus? En dus een beetje een mislukt avontuur? Zeker niet, want
onze eigen Kees Sijm mocht met z’n 7e plek ook mee snoepen van zijn eigen
prijzen, terwijl de Spierdijker atletieklegende en oud-NK-veterane-kampioene
Greet Warnaar zo ongeveer via haar eigen voortuin alle concurrerende dames
overtuigend wist af te troeven. En wellicht heeft ook de 3,6km een aansprekende
winnaar van eigen bodem opgeleverd, maar dat vertellen de schaarse
overblijfselen van het eerste uur van de VWL helaas niet. Groot sportief succes
dus, hoewel de kas toch wel wat zorgen baarde, maar het smaakte desondanks naar
méér en dus werden de heren-organisatoren tot nieuwe inspanningen gedwongen. En
zo werd het avontuur vervolgd en evolueerde het sportieve evenement langzaam
maar zeker. Zo werd de Heerhugowaardse atletiekvereniging “Hera” met Ab en
Martin werd aan het gebeuren gekoppeld en werd het inschrijfgeld voor de “grote
loop” onbeschaamd in één klap van f3,50 opgehoogd tot maar liefst vijf piek,
terwijl de spetterende hoofdprijs van het eerste jaar wat meer in
overeenstemming met het ideaal “liever ieder iets, dan iemand alles”. Toch werd
Dick Tesselaar in 1988 de laatste winnaar over 11 kilometer en tevens de eerste
die de VWL voor de tweede maal (op rij) wist te winnen, hoewel ook Greet
Warnaar in die eerste periode van vijf jaar tenminste twee keer bij de vrouwen
zegevierde en wellicht aanzienlijk méér keer maar daarover geeft het archief
helaas geen uitsluitsel. In ieder geval mocht Kees Sijm zich over het eerste
lustrum van de VWL tot “Spierdijker atletiekkoning” uitroepen, want tenminste
vier maal was hij collega Aad Vlaar te snel af, hoewel het in 1987 slecht één
miezerige tel scheelde. En dat Kees – en zeker ook Aad – in die jaren tot de
regiotop behoorde mag blijken uit de vier top-10-noteringen van Kees – in 1986
zelfs 3e, terwijl van 1988 eigenlijk niets bekend is – en de twee 10e
plaatsen van Aad in ’86 en ’87. Zie ook c.q. verder bij “Van extra belegen tot snijdbaar oud” en wel
onder het Historisch overzicht VWL.
Het doortrekken van de Braken betekende het doodvonnis
voor de race-oude-stijl, want In 1989 werd de afstand van 11km ingeruild en wel
voor het “8-ie” over precies 10km, waardoor de volgauto met de illegale,
mobiele piraat, die voordien heel Spierdijk aan de radio gekluisterd hield om
maar niets van de ontwikkelingen aan de kop van het veld te hoeven missen, zijn
bestaansrecht verloor. Bovendien ging ook de microfoon in andere handen over en
de nieuwe omroeper, Cees Bakker, voelde zich veel gelukkiger met de beide benen
op de grond. Ondertussen waren enkele bestuursleden van het eerste uur, Kees F.
en Peter, als leidsmannen van de VWL verdwenen en hadden John van Kampen,
speaker Cees, Toon Brakeboer en Ger Kok de ontstane vacatures weten op te
vullen. Dit alles had ook tot resultaat dat het aandeel Spierdijkers binnen het
uitvoerend comité danig was geslonken, want niet alleen werd er aan kruisbestuiving
gedaan door ook niet-inboorlingen binnen het bestuur te loodsen, maar ook menig
autochtoon werd, blij of niet, door de beperkte lokale woningmarkt gedwongen om
de “02296” te verruilen voor een ander kerngetal, hoewel Spierdijk vanaf eind
1986 wel een “1” mocht plaatsen voor het tot dan toe driecijferige
abonneenummer. ’t Is wat! Bovendien verscheen in 1989 de computer met een harde
schijf van maar liefst 20 MB ten tonele en kreeg de typemachine met doorslag
een enkele reis museum aangeboden. Om te zeggen dat die PC veel werk uit handen
nam kon echter niet worden gezegd, want het oorspronkelijke “uitslagenverwerkingsprogramma”
was onhandig en vrat ongelooflijk veel papier, maar met de komst van het
Noordkop-program het jaar d’r op – ‘t doet nog altijd dienst en is door zijn
eenvoud nog immer zeer concurrerend – bleek de nieuwe techniek toch een
duidelijke stap vooruit. Zo werd het nu ook goed mogelijk om de deelnemers een
uitslagenlijst tegen betaling van een daalder toe te sturen. Ook ging de plek
van de VWL op de atletiekkalender vooruit, want van eind mei schoof de loop op
naar de week vóór de kermis en zo won ATOS-ser Kees-Jan Schuurman op 5 mei 1989
de eerste VWL-run over 10km. Ook in de daaropvolgende twee jaren bleven
hoofdstedelingen, eerst Remco Peetoom en daarna Gerard Smit, de hoofdprijs voor
zich opeisen, terwijl Veldtemmer Dirk Bakker steeds weer genoegen moest nemen
met een plek kort achter de winnaar: tussen 1984 en 1991 pakte hij in ieder
geval vijf 2e of 3e plaatsen. In 1990 kwam er ook een
einde aan de heerschappij van Spierdijker Kees Sijm en nam met een fraaie 3e
plaats in 32.29 – nog altijd het dorpsrecord – afscheid. Niet omdat Kees met de
atletiek stopte, want ook in ’93 was er nog een 3e prijs en in ’94
een 7e, maar omdat hij verkaste naar Hauwert. En daardoor nam de
zweterige strijd rond de dorpstroon bananenrepublikeinse vormen aan: Sjaak
Pronk, Gerard Warnaar, Adrie van Langen en Aad Vlaar mochten tot 1996 allemaal
voor even plaats nemen. Ondertussen was veertiger Bouke Pitstra met een
indrukwekkende reeks bezig door tussen 1990 en 1993 bij de Veteranen 1 drie
maal te winnen. Ook Greet Warnaar zagen we in het midden van de jaren negentig
als vijftiger weer voorin bij de dames meestrijden en dat tegen gekende “topdochters”
als Erica Souverein en Corina Dekker het onderspit werd gedolven, was
natuurlijk geen schande. Zo staat de 36.19 uit 1994 van de toenmalige SAV-ster
nog altijd te boek als de soevereine toptijd bij de vrouwen. Na de “Amsterdam
era” ontstond er bij de mannen een boeiende strijd tussen de generaties, waarbij
“jonkies” als Ron van Diepen (’92 en ’95), Ruud Beerepoot (’96), Frank
Graftdijk en Mike Tesselaar diep moesten gaan om “oudjes” als Herman Akkerman
(’93), Edwin Aardenburg (’97), Jan van Baar, Sam van Berkel en Cock van der
Hulst op punten te kunnen verslaan. Het leverde niet alleen smakelijke strijd
op, maar ook absolute toptijden en zo staat de 31.09 uit 1995 van de toenmalige
Alkmaarder nog altijd als een monument aan top van de alltime-ranglijst (zie
ook: Historisch overzicht VWL). Alleen in het “bestandsjaar” 1994 mocht een
bijna-dertiger de grootste bos bloemen in ontvangst nemen: Hans Bloemendaal.
Inmiddels was ook heel voorzichtig met behulp van de
stimulerende docent Adrie van Langen het “rondje nieuwbouw” in het programma
verweven: vanaf 1992 mocht de jeugd van de Spierdijker basisschool vanaf groep
3 op het 800 meter lange parcours de longen uit het lijf lopen en de rapste in
de eerste start met 27 deelnemers (m/v) bleek 7e-groepster Femke van
Langen. Vervolgens werd het spectaculaire onderdeel verder verfijnd – meer
starts, voor elke groep (m/v) een prijs, e.d. – waardoor het zich kon ontwikkelen
tot een mega-evenement, waaraan heden ten dage jaarlijks ook vele tientallen
scholieren van omliggende dorpen en van nog (veel) verder weg meedoen. Na tien
jaar “’t rondje”, waarbij sinds 1997 andersom en zo’n 50 meter korter wordt
gelopen, kunnen de volgende (ex)basisscholieren tot “veelvraten” worden
uitgeroepen: Gideon Kok (6x winst, hoewel in ’95 Tukker Eric Welman nog net
iets sneller was), Stefan Blaauw (5x), Bram Koppes, Gijs de Vries, Marije
Dignum, Joost van Kampen, Kevin de Vries, Jurney Klaver, Menno Klaver en
Berkhouter Arjen Hart (4x op de hoogste trede), waarbij laatstgenoemde in 1999
het record vestigde met een tijd van 2.37, terwijl in diezelfde race de
Hensbroekse en toenmalige ARO-atlete Ilona Wijte tot een bij de meisjes onovertroffen
2.45 wist te snellen.
Vanaf het prille begin van de VWL staat de 3,6km voor
iets oudere jeugd en de trimmers al op het programma, maar om de één of andere
duistere reden is dit onderdeel al vanaf het begin ons “stiefkindje”. We
proberen het zo goed mogelijk te bewateren en te bemesten, maar de
belangstelling is over het algemeen ietwat – zo’n 20 man/vrouw – tot stevig –
een groepje van rond de tien – teleurstellend en ook ging er in het grijze
verleden met enige regelmaat het één en ander mis. Zo ontbreken helaas de
uitslagen/tijden van vóór 1991 volledig en bleef de stopwatch in ’94 stoïcijns
op “nul” staan. Een jaar later bedacht een kersvers bestuurslid dat een route
via het Noord eigenlijk veel schilderachtiger zou zijn en dus kregen de tieners
en aanstaande tieners opeens 5,5km voor de kiezen. En dat niet iedereen dit
foutje kon waarderen was na afloop goed te merken. Ook slaagde de 18-jarige
“trimmer” Mike Tesselaar er daardoor niet in om een “alltime-high” op de 3,6
neer te zetten, want met de gerealiseerde 19.08 zou wellicht ook een tijd van
even boven of zelfs rond de twaalf minuten kunnen zijn verwezenlijkt. Een
andere trimmer, de 16-jarige Bianca Winkel uit Waarland, slaagde er in 1992 wel
in om een absolute toptijd in de boeken te lopen: 14.12. Bij de wedstrijdlopers,
dat wil zeggen de jeugd tot en met 15 jaar, zijn er sinds 1991 twee jonge
mannen erin geslaagd om er twee maal met grootste beker of de vetste CD-bon
vandoor te gaan, t.w. Noordkopper Arno de Boer en Spierdijker Gideon Kok. Beemsterling
Martijn van Rijn slaagde er weliswaar ook twee maal in om als rapste over de
meet van de middenafstand te komen, maar telde in 1994 een lente teveel om voor
de hoofdprijs in aanmerking te komen. Koen Leek maakte in 1997 veel indruk door
de klok na slechts 13.12 minuten stil te zetten, maar deze toptijd hield het
slechts stand tòt april 2001, toen IJmonder Michel Butter met veel sportief
geweld de nauwelijks haalbaar geachte barrière van 13 minuten met één seconde
wist te doorbreken. Bij de meisjes mag de Hollandiaanse Esther Koenis met een 1e
en een 2e prijs zich de meest succesvolle in de historie van 3,6
noemen en gaf in ’97 als 17-jarige nog een toegift door nogmaals bij de jonge
dames te winnen, maar nu als trimster. De rapste juniore bleek evenwel in 2001
rond te lopen, toen de 12-jarige (!) Beemsterlinge Eline Langeveld – in eerdere
jaren ook al goed voor twee winsten in de basisscholierenloop! – met 15.36 het
record van Vivian van der Wiele (1993) uit de boeken liep. Wellicht zou Barbara
Zutt in 1995 tot een nog iets scherpere tijd zijn gekomen, ware het niet dat zo
nodig over het Noord moest worden gelopen. Een opvallende strijd werd er in de
jaren ’96 en ’97 geleverd tussen de krap veertigjarige Kees Ruyter en de
kersverse tiener Gideon Kok: twee maal bedroeg het verschil tussen de twee
dorpsgenoten precies één tel, maar Kees smaakt nog altijd het genoegen dat hij
in het laatste duel revanche wist te nemen en daardoor zijn naam op de
Spierdijker wisselbokaal mocht laten
graveren. En eigenlijk zou er nog een naam in de trofee moeten staan, want in
1993 slaagde ook Pieter Pronk als enige andere van eigen bodem erin om alle belagers,
waaronder twee ATOS-sers te verslaan.
Ook op het bestuurlijke vlak is het winnende team
sinds de jaren negentig gedeeltelijk gewijzigd. Zo besloten twee man van het
eerste uur, Jan en Aad, dat het na tien jaar VWL mooi was geweest en namen
afscheid van de stress. Jenny Vlaar en Peter Ruyter namens de opgevallen
plekken in, terwijl ook Ria Floris als commissielid-op-afstand de organisatie
kwam versterken. Richting de nieuwe eeuw haakte Toon af en ondertussen was Jan
aan een officiële comeback begonnen, omdat van echt wegwezen toch geen sprake
was geweest. Het tienjarig bestaat werd met een fraaie herinnering en een bijna
recordopkomst gevierd: 153 man/vrouw op de “tien” hadden we nog nooit eerder
gehad en met 15 jeugdloper en 55 scholieren kwamen we op het mooie aantal van
223 deelnemers. En dat was er slechts ééntje minder dan twee jaar eerder. Op
die 6e mei 1984 werd bovendien onze trouwste loper - tien jaar VWL
en dus ook tien jaar de Gerrit Kenter, de “Flying Ober”, aan de finish - in het
zonnetje gezet door middel van een video-opname over en voor de Hensbroeker. En
of het door het voorgaande komt, maken de annalen niet duidelijk, maar een jaar
later sneuvelde na veel strijd definitief het mooie ronde inschrijfbedrag van
vijf harde florijnen definitief en werd zes gulden de nieuwe standaard, maar
nog altijd kunnen we de bodem van onze schatkist goed zien. Daarnaast werkten
we vanaf ’95 ook met een heus draaiboek en het is inmiddels van twee kantjes
uitgegroeid tot een heus boekwerk van negen pagina’s. Na de rappe tijd van Ron
van Diepen in 1995 werd ook een parcoursrecord ingesteld en omdat in Spierdijk
altijd alles wat later gebeurt kregen de vrouwen vanaf ’98 deze worst ook voor
de neus gehouden. Een videoman/vrouw kwam er ter ondersteuning van de
finishwerkzaamheden en ook een heuse hoffotograaf werd aan de jaarlijkse ploeg
van zo’n 40 tot 50 trouwe medewerkers toegevoegd voor prenten van zowel
winnaars als van andere deelnemers. Bij het klimmen der jaren werd ook aan de
stijve spieren gedacht en vanaf 2001 is ook een echte sportfysiotherapeut aan
het geheel toegevoegd, hoewel vrijwel niemand hem in z’n eerste jaar in de
kleedkamers van St. George wist te vinden. De bekers voor de toppers op de
3,6km werden wat al te obligaat geacht en vervangen door CD-bonnen. De nieuwe
communicatietechniek sleurde ook de VWL het “world wide web” op en na enkele
jaren parasiteren via “www.xs4all.nl/~pimvlaar” kwam er in 2001 een eigen site, maar blijkbaar wist
je dat al. Ook het gemopper op de regionale schrijvende pers werd jaarlijks
steeds luider, want de belangstelling van het Dagblad voor Westfriesland, De
Kogge Express, De Koerier, enz. voor de atletiek in het algemeen en de Vier
Windenloop in het bijzonder toch wel tot een dramatisch niveau gedaald.
Misschien krijgen we wat meer aandacht als we een aantal keu’s laten meedoen en
biljartballen als prijzen gaan uitreiken. Grr..’t moest er even uit! De ook
jaarlijkse bestuursdiscussie over “water aan de meet” werd na vele ronden
eindelijk gewonnen door de “waterigen”, maar de winst kon door het frisse weer
van 2001 niet in daden worden omgezet. Wel wist het evenement in ’01 weer een
treetje hoger op de kalender te klimmen, want als de nieuwe VWL-dag werd in principe
gekozen voor de laatste vrijdag vóór koninginnedag, opdat vakantievierend
Nederland niet voor de voeten zou worden gelopen. Maar nu liepen we de coaches
van de juniorenteams weer voor de voeten, omdat onze grote broer KNAU
natuurlijk net voor de daaropvolgende zaterdag een atletiekcompetitiedag had
georganiseerd. Onze straf was een magere opkomst op de 3,6 en die van hen een
stormachtige, met stortbuien en afmeldingen overgoten zaterdag. Verdomd jammer
allemaal. Misschien ook dat daardoor het uit 2000 daterende record van 273
deelnemers niet aan diggelen ging!
Wel luidde 2001 het einde van de “Engelse tijd” in,
want sinds de “strijd der generaties” zorgde de Helderse Brit Dai Roberts vanaf
1998 voor rust in de tent door drie maal op rij de Vier Winden te winnen.
Alleen Ron van Diepen wist in 2000 nog enigszins in de buurt te blijven, hoewel
het “gat” nog altijd 21 seconden was. De Engelsman zorgde ook voor paniek in de
bestuursgelederen, want met z’n derde winst zou ook de wisselbokaal definitief
moeten gaan verdwijnen, maar gelukkig bleek Dai – net als Sjaak van Kampen
enkele jaren eerder – ons goedgezind, bleek tevreden met een duplicaat van
bescheiden omvang en besloot richting de “States” te verkassen. Ook Sjaak van
Kampen zorgde voor rust, maar dan binnen het contingent Spierdijker atleten,
want sinds 1996 heerst hij als een ware slachter over zijn kleine kudde. Natuurlijk
hielp het dat “de lange” – Gerard Warnaar – in de Zuidermeer z’n domicilie
zocht, maar zijn progressie is onmiskenbaar en zijn 9e plaats in
2001 deed weer voor het eerst sedert vele jaren een dorpsgenoot in de top van
het klassement belanden. Ook valt op
dat in die top steeds meer veteranen van veertig jaar en ouder zich goed thuis
beginnen te voelen en zo wist Mats Smit zich in 1999 zelfs als 45-jarige de
Vier Windenloop als nummer drie af te ronden. Enerzijds is dit een positieve –
het getuigt van een steeds betere conditie van de iets ouderen – en logische –
de babyboomers worden natuurlijk ouder – ontwikkeling, maar anderzijds baart
het wegatletiek ook zorgen: in 1989 was meer dan 60% jonger dan 40 jaar,
terwijl in 2001 nog slechts 25,7% van de VWL-lopers zich “senior” mocht noemen.
Wat dat betreft is de zege van de jonge, 21-jarige Rene Kaandorp in 2001 een
goede zaak en de geruchten gaan dat er nog veel meer “jong goeds” in het
verschiet ligt. En misschien is zelfs met Rene voorzichtig een nieuwe era begonnen,
waarin jonkies als Bart Klaver, Pascal Steur en Gideon Kok – om maar een paar
namen van (eens) eigen bodem te noemen – hun partij aan het front gaan
meeblazen. Vooralsnog spelen veteranen als Herman Akkerman, Cock van der Hulst,
Peter Mettes en vijftiger Kees Brasser met hun ijzeren gestel een hoofdrol in
de Vier Winden, terwijl bij de vrouwen veteranen als Corina Dekker, Ina
Swinkels en Ria Goet dermate sterk en dus overheersend in de afgelopen jaren
bleken te zijn dat we nog even kunnen genieten van hun driestrijd. Maar toch
zijn ook daar bliksemschichten aan de horizon, die luisteren naar namen als
Barbara Zutt en margret Hink!
Hoe dan ook ”DE VIER WINDENLOOP”
mag dan niet de allergrootste wegwedstrijd van het noordelijk halfrond zijn,
maar toch zeker wel één die niet meer valt weg te denken. En daarvoor doen we
het als bestuur/comité toch allemaal:
Cees Bakker: “Speaker”
in geluid en daad, materiaalbeheerder
Jan Feld: ’t grote
geweten
Kees Sijm: sponsoring,
folderpromo, krantenvoorzitter
Ger Kok: secretaris,
coördinator media en uitslagen, website-beheerder
Jenny Vlaar: penningmeester,
coördinator basisscholierenloop
Peter Ruyter: coördinator posten
Sjon van Kampen: prijzen- en inschrijfcoördinator
“En hoe ging ’t nou met de ST. GEORGE CROSS, opa?” “Nou jongen, dat vertellen we
een andere keer!” ’t Verhaal wordt dus vervolgd en t.z.t. ook opgekalefaterd
met wat foto’s, enzo!!!